(Deze recensie is in mei 2020 verschenen in Spectrum, de digitale nieuwsbrief van het Zuid-Afrikahuis.)
In
haar roman over de kleinzoon van Hendrik Witbooi vertelt Conny Braam de nog vrijwel
onbekende geschiedenis van de duizenden bruine en zwarte Zuid-Afrikanen die
tijdens de Tweede Wereldoorlog meevochten aan de kant van de geallieerden, en
die als krijgsgevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwars door Europa
werden gesleept.
Braam was jarenlang het boegbeeld van de Anti-Apartheidsbeweging Nederland. Na de
afschaffing van de apartheid in 1990 legde ze zich toe op het schrijven.
Braams
eerste romans en verhalenbundels, waaronder Operatie Vula (1992) en De
Bokkeslachter (1993), steunden sterk op haar ervaringen tijdens de antiapartheidsstrijd.
Tussen 2000 en 2004 verraste ze haar lezers met de trilogie De woede van Abraham, De onweerstaanbare
bastaard en Het
schandaal, drie historische romans over sociale spanningen in het
kustdorpje IJmuiden in de negentiende en de twintigste eeuw. In 2016
verscheen Ik ben Hendrik Witbooi, een historische roman over de legendarische
Nama-kaptein Hendrik Witbooi, die tussen 1884 en 1905 zijn volk leidde in
de opstand tegen het koloniale bewind in Duits-Zuidwest-Afrika, het huidige
Namibië.[1]
Typisch voor Braams romans en verhalen is dat
ze steeds weer draaien om een dappere hoofdpersoon, iemand uit het volk, die
het opneemt tegen een onrechtvaardig bewind.
De droom van zelfbeschikking
Dat geldt ook voor Braams jongste roman Wij
zijn de wrekers over dit alles, een omvangrijke historische roman met als
hoofdpersoon sergeant Jakob Witbooi, de kleinzoon van Hendrik Witbooi. Deze
Jakob is een fictief personage, gebaseerd op de verschillende Witboois die
Braam heeft ontdekt bij haar onderzoek naar bruine en zwarte Zuid-Afrikaanse
soldaten die in de Tweede Wereldoorlog deelnamen aan de Noord-Afrikaanse
Veldtocht. Bij deze expeditie namen de geallieerde legers onder generaal
Montgomery het op tegen het Duitse Afrikakorps van veldmaarschalk Rommel.
Zuid-Afrika was in die tijd nog lid van het
Britse Gemenebest. Zuidwest was tijdens de Eerste Wereldoorlog door Zuid-Afrika
op de Duitsers veroverd en in 1920 door de Volkenbond als mandaatgebied aan
Zuid-Afrika toegekend. Pretoria had in Zuidwest onmiddellijk een stelsel
van segregatie, reservaten en goedkope arbeidskrachten ingevoerd. De uitvoerende
macht lag bij de directe afstammelingen van de Duitse soldaten en kolonisten tegen
wie Hendrik Witbooi gevochten had.
Als Jakob de Zuid-Afrikaanse premier Jan Smuts op
de radio hoort praten over het Atlantisch Handvest, dat alle volken van de
wereld na de oorlog zelfbeschikkingsrecht belooft, aarzelt hij dan ook geen
moment en overtuigt hij zijn vrienden, ‘Kalahari-jongens’ zoals hij, samen met
hem dienst te nemen in het Cape Corps. Opa Hendrik had het destijds moeten
afleggen tegen de eerste Duitse gouverneur van Zuidwest, Heinrich Göring. Dat
Jakob als lid van de Tweede Luchtafweer Brigade de kans krijgt
gevechtsvliegtuigen neer te halen van de Luftwaffe van Heinrichs zoon,
opperbevelhebber Hermann Göring, bezorgt Jakob dan ook grote voldoening.
In de stank van de latrines
Zijn triomf is echter van korte duur. Na
precies één dag op het slagveld worden de geallieerde legers in juni 1942 bij het
Libische Tobroek verslagen. Maar liefst tienduizend Zuid-Afrikaanse soldaten
worden op transport gezet naar Europa. Het boek volgt Jakob Witbooi en zijn
vrienden op hun omzwervingen langs krijgsgevangenenkampen in Italië en Polen en
een werkkamp naast het beruchte vernietigingskamp Auschwitz, op hun barre
voettocht door Oost-Europa tot ze zich in Zuid-Duitsland eindelijk weer bij de
geallieerde legers kunnen voegen, en op de laatste etappe van hun reis, via
Engeland terug naar Kaapstad.
Overal waar ze komen, gelden dezelfde machtsverhoudingen
als in Zuid-Afrika en Zuidwest. De ‘niet-Europeanen’ moeten de vervelende
klusjes opknappen, en in de kampen worden ze steevast achterin ingedeeld, in de
stank van de latrines. Ze mogen vooral niet vergeten dat ze op een dag weer
‘naar huis’ gaan.
Oorlog als gelijkmaker
Onderweg sluiten steeds meer mannen zich bij
Jakob en zijn ‘Kalahari-jongens’ aan. Zoals Koos Abrahams, de grootste
bendeleider uit District Six, met zijn gangsters, de zwarte mijnwerkers onder
aanvoering van Job Moloi, en de soldaten van de Palestijnse Brigade, die uit
Joden én moslims bestaat. Ondanks alle verschillen vinden ze steun bij elkaar en
groeien ze naar elkaar toe. Zelfs de blanke officier Dirk Geldenhuys met al
zijn vooroordelen en de Duits kampbewaarder Lothar Strauss worden ‘een van
ons’.
Jakob krijgt een bijzondere band met de Joodse
Moritz Rabinowitz. Omdat Rabinowitz bang is om in handen van de nazi’s te
vallen, ruilen ze identiteitsplaatjes uit. Volgens Jakob is de kans klein dat
hij, met zijn Nama-trekken, in Europa voor een Jood aangezien zal worden. Als
Jakob na bijna vijf jaar weer voet op Zuid-Afrikaanse bodem zet, zal deze
heldendaad nog een lelijk staartje krijgen.
Schelmenstreken
Braam is een rasverteller. Haar stijl is helder
en onopgesmukt, nu en dan robuust.
Dat er zoveel zwarte en bruine Zuid-Afrikanen
aan de Noord-Afrikaanse Veldtocht deelnamen, werd in de Zuid-Afrikaanse
geschiedschrijving jarenlang over het hoofd gezien. Wel verschenen er recent in
het Afrikaans twee boeken over dit stuk verzwegen geschiedenis: de roman Die
Sideboard (2014) van Simon Bruinders (in 2016 in Nederlandse
vertaling verschenen als Dit is mijn land), en de dichtbundel Die
vrede kom later van Diana Ferrus (2019).
Het is duidelijk dat Braam zich uitstekend
heeft gedocumenteerd. Ze baseert zich onder meer op dagboeken en memoires van
oorlogsveteranen. Daarnaast geeft ze blijk van een merkwaardig inlevingsvermogen.
Bij elke scène moet ze zich hebben afgevraagd wat de mannen zagen, hoorden en
roken; wat ze deden, dachten en voelden.
Het
is geen lichte lectuur die Braam de lezer voorschotelt. Gelukkig weet ze de
beklemming op gepaste momenten te doorbreken met grappige scènes. Vooral Koos
Abrahams en zijn bende halen regelmatig schelmenstreken uit. Ze weten altijd
wel iets te ritselen. Zo beginnen ze een lucratief handeltje in zelfgestookte Witblitz
(sterke drank) en cannabis van dagga-planten die ze buiten het hek van
het kamp verbouwen.
Een nieuwe strijd
De wat omslachtige titel van de roman komt uit
een dialoog tussen Jakob en de Amsterdamse Jood Wolfie Waterman (geïnspireerd
op de Zuid-Afrikaanse activist Wolfie Kodesh, die Braam voor het eerst op de rol
van de zwarte soldaten heeft gewezen). ‘Kijk naar ons tweeën’, zegt Wolfie,
‘een kleurling en een Jood. We worden allebei als minderwaardig beschouwd […].
Daaruit kun je maar één conclusie trekken: wij hebben dezelfde vijanden, onze
strijd is een gemeenschappelijke en daarom zeg ik je: Nee Jakob, niet God maar
wij, wij samen, wij zijn de wrekers van dit alles!’
Na
de oorlog volgt de ontnuchtering. Van het zelfbeschikkingsrecht dat in het
Atlantisch Handvest beloofd was, komt voor de gekoloniseerde volkeren in Afrika
en Azië niets terecht. Hoge ss-officieren die Europa ontvlucht zijn, worden in
het voormalige Duits-Zuidwest met open armen ontvangen. In Zuid-Afrika wordt
vanaf 1948 de apartheid ingevoerd, een systeem dat, net als het
nationaalsocialisme, gebaseerd is op rassenwaan, en dat vanaf de jaren zestig zal
leiden tot de verwoesting van Koos Abrahams’ geliefde District Six. Eveneens in
1948 wordt de staat Israël uitgeroepen, waardoor de Joodse en islamitische
soldaten die als Palestijnse Brigade nog zij aan zij hebben gevochten, lijnrecht
tegenover elkaar komen te staan.
Volgens
Braam vormden de veteranen die terugkeerden uit Noord-Afrika en Europa de basis
voor de verschillende bevrijdingsbewegingen die vanaf de jaren vijftig in
Zuid-Afrika en elders in de wereld zouden opstaan. Tegen het einde van haar
roman suggereert ze dat Jakob Witbooi, trouw aan het voorbeeld van zijn
grootvader Hendrik, zich opmaakt om de strijd aan te gaan voor de
onafhankelijkheid van het Nama-volk.
De Zuid-Afrikaanse geschiedenis biedt volop
aanknopingspunten voor een derde roman over de familie Witbooi. Hopelijk komt
er een vervolg en wordt de Witbooi-cyclus opnieuw een trilogie. Wij zijn de
wrekers over dit alles is een interessant, rijk en meeslepend boek dat,
zodra je het uit hebt, doet verlangen naar meer.
Conny Braam, Wij zijn
de wrekers over dit alles. Amsterdam: Atlas Contact, 2020. 384 pagina’s,
ISBN: 9789025451639, prijs: € 22,99.

