Gebroken beloftes
In Sin of Omission vertelt
Marguerite Poland de vergeten geschiedenis van jonge zwarte Zuid-Afrikanen die
in de negentiende eeuw naar Engeland gestuurd werden om priester te worden in
de Anglicaanse Kerk. Veel jongens overleefden het niet, geveld door het koude
en natte Engelse klimaat. Polands hoofdpersoon keert wél terug, maar wordt het
slachtoffer van botsende culturen, en de strijd tussen godsdienst en imperiale
politiek.
Na het overlijden van
Nobelprijswinnares Nadine Gordimer in 2014 geldt Marguerite Poland (1950) als
de grand dame van de Engelstalige Zuid-Afrikaanse literatuur. Naast
kinderboeken schreef ze zes romans voor volwassenen: Train to Doringbult
(1987), Shades (2012; Nederlandse vertaling: Schimmenspel, 2015),
Iron Love (2012), Recessional for Grace (2012), The Keeper
(2014) en A Sin of Omission (2019). In Zuid-Afrika geniet Poland grote
bekendheid doordat haar boeken regelmatig in het onderwijs gebruikt worden. Hoewel
haar individuele romans meestal nét buiten de prijzen vallen, kreeg ze twee
oeuvreprijzen (ministerie van Kunst en Cultuur, 2005, en South African Literary
Awards, 2010). En in 2016 werd ze onderscheiden met de zilveren Orde van
Ikhamanga voor haar ‘bijzondere bijdrage op het gebied van inheemse talen,
literatuur en antropologie’.
Die
waardering voor haar werk met betrekking tot inheemse talen en antropologie is
niet toevallig. Je zou het niet denken als je haar ziet – fijngebouwd en
beschaafd, op en top een English lady – maar Poland is een groot
kenner van taal en cultuur van de Xhosa’s en de Zoeloes. Ze groeide
op in de Oostkaap en studeerde aan de universiteiten van Grahamstown,
Stellenbosch en (destijds) Natal. In 1997 promoveerde ze op een proefschrift
over de manier waarop de Xhosa hun Nguni-runderen namen geven. Poland werkte
onder meer als etnoloog in het Iziko South African Museum in Kaapstad.
Nieuwe naam, nieuw leven
Polands kennis van taal
en cultuur van de Xhosa’s blijkt ook uit haar nieuwste roman, A Sin of
Omission. De hoofdpersoon, Stephen Mzamane, is geïnspireerd op eerwaarde
Stephen Mtutuko Mnyakama (ca. 1848-1885), een zwarte zendeling op een afgelegen
zendingspost in Nondyola in de Oostkaap. Polands betovergrootvader was als zendeling
ook gestationeerd in Nondyola. Poland heeft Mzamanes levensverhaal
gereconstrueerd op basis van materiaal uit de archieven van de Anglicaanse Kerk
in Zuid-Afrika en Engeland.
Het duurt even voor je als lezer het verloop van de
verhaalgebeurtenissen helder voor ogen hebt. Het boek begint in 1880, wanneer
Stephen Mzamane op reis gaat om zijn moeder het nieuws te brengen dat haar
zoon, zijn broer Mzamo, dood is. Onderweg hoopt Stephen een bezoek te brengen
aan zijn ‘English brother’ Albert Newham, een medestudent van het Missionary
College in Canterbury. Het boek eindigt kort nadat Stephen in Nondyola
terugkeert. Tussen die twee momenten voltrekt zich een terugblik op Stephens
leven.
Malusi Mzamane is negen jaar oud als hij verdwaalt
tijdens het voedsel zoeken en hij door een Engelse zendeling in het veld gevonden
wordt. Het is een onrustige tijd in de Oostkaap. Niet lang daarvoor hebben de
Xhosa een groot deel van hun veestapel gedood op bevel van de profetes Nongqawuse.
Er heerst hongersnood en verschillende bevolkingsgroepen in het gebied zijn op
drift geraakt. De toestand is zo slecht dat Malusi’s vader zijn oudste zoon, de
veertienjarige Mzamo, ook naar het zendingsinternaat brengt. Om opgeleid te
kunnen worden tot priester binnen de Anglicaanse Kerk moeten de jongens de
cultuur van hun ouders afzweren. Ze krijgen christelijke namen, leren Engels
(ten koste van hun moedertaal, het Xhosa), spelen cricket en drinken thee, als fine
English gentlemen. De jonge Malusi vindt het niet vreemd om voortaan
Stephen te heten. Maar Mzamo is al wat ouder; hij weigert om zijn oorspronkelijke
naam af te staan en zijn herkomst te verloochenen. Mzamo komt in opstand en
wordt weggestuurd. Stephen, daarentegen, krijgt de kans om in Grahamstown
verder te leren. Daarna wordt hij naar het Missionary College in Canterbury,
Engeland, gestuurd.
Ondanks het koude en vochtige klimaat is het leven voor Stephen
als zwarte in Engeland misschien wel makkelijker dan in Zuid-Afrika. In
Engeland is er geen wet die zegt dat hij niet met zijn blanke vrienden in een tea
room mag zitten. Hij raakt bevriend met de goedhartige Albert Newham. De
jongens spreken af dat ze samen uitgezonden willen worden naar Zuid-Afrika. Als
ze met z’n tweeën op het platteland geplaatst worden, kan Albert Stephen in de
avonduren helpen met zijn Latijn, en Stephen Albert met zijn Xhosa. Maar zo ver
zal het niet komen.
‘Godsdienst is politiek’
In de negentiende eeuw
hadden de imperialisten in Groot-Brittannië het idee opgevat dat het beter was om
de koloniën niet met geweld te veroveren, maar door middel van een
beschavingsoffensief. Getalenteerde jongens uit de lokale gemeenschap, liefst
zonen van traditionele leiders, kregen de kans om onderwijzer of priester te
worden. Zo konden zij de autochtone bevolking via onderwijs en godsdienst omturnen
in gezagsgetrouwe pseudo-Engelsen.
Vanuit
de blanke kolonisten in Zuid-Afrika zelf bestond er vanaf het begin weerstand
tegen dit plan; zij waren bang dat de zwarte bevolking, mondig geworden, de
nieuwverworven kennis tégen de blanken zou gebruiken. Ook de imperialisten ‘back
home’ moesten na een reeks incidenten toegeven dat het plan mislukt was. Ten
eerste bleken tientallen jongens die uit de koloniën in Afrika en Azië naar
Engeland gestuurd waren, niet bestand tegen het kille en regenachtige klimaat;
ze stierven aan longontsteking of tuberculose. Ten tweede ontpopten de zwarte
intelligentsia, opgeleid aan de Engelse zendingsscholen, zich inderdaad als de
aanvoerders van de zwart-nationalistische opstand.
Als
de politieke druk toeneemt, wordt de geldkraan voor Stephens opleiding
dichtgedraaid. Hij moet naar Zuid-Afrika terug vóór hij tot priester gewijd kan
worden.
Eenmaal
terug loopt niets zoals Stephen het zich had voorgesteld. Ondanks zijn studie
in het buitenland krijgt hij geen baan aan het Missionary College in
Grahamstad. Hij wordt verbannen naar een vervallen zendingspost in het
afgelegen Nondyola. En als Albert Newham een jaar later naar Zuid-Afrika komt,
blijkt er niets terecht te komen van de belofte dat de twee vrienden samen
geplaatst zouden worden.
Stephen
wordt door de Kerk al bij voorbaat monddood gemaakt. Maar in plaats van in
opstand te komen, schikt Stephen zich in zijn lot. Hij bouwt de zendingspost
weer op, graaft in zijn geheugen naar de laatste restjes Xhosa die hem nog uit
zijn jeugd zijn bijgebleven, en leidt de lokale bevolking naar zijn kerk. Want,
wat de kerkoverheden zich niet realiseren en wat in hun besluiten ook geen rol
speelt: Stephen Mzamane voelt écht een roeping.
Een onhoudbare positie
Marguerite Poland ontrafelt
in deze sfeervolle roman op meesterlijke wijze de verschillende krachten die
Stephens lot bepalen. Aan de ene kant de Kerk en de koloniale politiek, waarbij
de machthebbers in de kolonie zelf en die ‘back home’ vaak tegengestelde
belangen hebben. Aan de andere kant zijn er de eisen die aan hem gesteld worden
vanuit de traditionele cultuur (de lokale bevolking uit Nondyola, zijn
familie), én vanuit de opkomende zwarte emancipatiebeweging waarin Mzamo en
oude vrienden van het Missionary College in Grahamstad een leidende rol spelen.
De
Engelse zendeling dacht waarschijnlijk dat hij de kleine Malusi een gunst deed
toen hij het jongetje weghaalde bij zijn familie en hem de kans gaf op een
westerse opleiding. Maar als volwassen man is Stephen Mzamane in een onhoudbare
positie beland. Hij raakt volledig geïsoleerd. Als hij uiteindelijk kiest voor wat
zijn eigen cultuur van hem verwacht – niet omwille van hemzelf, maar voor
anderen – weet hij dat hij zijn christelijke gelofte gebroken heeft, en
verbindt hij daaraan de uiterste consequentie.
Pas
ná zijn dood gaan de mensen om hem heen inzien hoezeer ze Stephen in de steek
hebben gelaten. Dit is de ‘sin of omission’ uit de titel (die uiteraard ook een
woordspeling met de woorden ‘mission’ en ‘omission’ bevat). De ‘zonde van
nalatigheid’ betreft ook al die jongens die uit de koloniën naar Engeland
gestuurd werden en nooit meer terugkeerden. In deze tijd van ‘Black Lives
Matter’ kan deze roman tevens toegevoegd worden aan de lijst van boeken over de
werking van racisme en ‘white privilege’.
Marguerite Poland, Sin of Omission. Johannesburg: Penguin Random House South Africa,
2019. ISBN:
9781485904199. 408 p., R290.00.

